Dokters die deze aandoening opereren

Kraakbeenletsels

 


Inleiding

Het kraakbeen is een bedekkende laag over het bot in het gewricht. Dit kraakbeen zorgt ervoor dat de 2 delen van het gewricht probleemloos over elkaar kunnen glijden. Kraakbeen kan op verschillende manieren beschadigen en leiden tot problemen.

 

•Als er veralgemeende slijtage van kraakbeen optreedt in een gewricht dan spreken we van artrose. Bij artrose zal dus door overmatige slijtage of door een gewrichtsaandoening een groot deel van het kraakbeen oppervlak in een gewricht verdund of afgesleten zijn. We noemen dit geen kraakbeenletsel maar dus wel artrose of slijtage van een gewricht.

 

•Indien op een bepaalde plaats een stuk kraakbeen beschadigd is en indien de rest van het kraakbeen in het gewricht intact is, dan spreken we over een lokaal kraakbeenletsel.

 

Slijtage van het kraakbeen van de knie en kraakbeen letsels in de knie moeten beiden op een volledig andere manier behandeld worden omdat het een totaal verschillende aandoening is. Bij de behandeling van een kraakbeen letsel proberen we kraakbeen opnieuw terug te laten groeien op de plaats van de beschadiging. Dit is niet mogelijk bij artrose. Kraakbeencellen hebben echter de slechte eigenschap zichzelf niet te kunnen delen. Eens kraakbeen verloren is, komt er geen nieuw kraakbeen in de plaats maar wel een soort litteken-kraakbeen. 

 

Er zijn verschillende oorzaken van kraakbeenletsels. We sommen er hier enkele op: 

•Ongeval : Een ongeval kan een locale verhoogde druk geven ter hoogte van het kraakbeen waarbij ofwel een barst / breuk van het kraakbeen optreedt ofwel een kraakbeen loslating voorkomt. Hierdoor krijgen we op één welbepaalde plaats een verlies van kraakbeen. Kraakbeenletsels ten gevolge van een ongeval zullen meestal voorkomen bij jong volwassenen en sporters van middelbare leeftijd.

•Osteochondritis dissecans : Dit is een aandoening waarbij het onderliggende bot tijdelijk zonder bloed valt. Het bot sterft af waardoor het bovenliggende kraakbeen eveneens afsterft omdat het geen stabiele ondergrond meer heeft. Osteochondritis dissecans is een ziekte die voornamelijk voorkomt bij kinderen en jongeren.

 

 

Symptomen
 

Patiënten met een kraakbeenletsel ter hoogte van de knie zullen voornamelijk last hebben van pijn en blockage ter hoogte van de knie. Het losgekomen stukje kraakbeen kan namelijk geklemd raken en kan er dan voor zorgen dat je de knie niet meer kan plooien of strekken. Daarnaast zal er regelmatig een zwelling te zien zijn ter hoogte van de knie en zal er hinder zijn bij dagelijkse activiteiten en sport activiteiten. Naast de symptomen (klachten) zijn vooral de resultaten van een scanning onderzoek van de knie van belang. Een arthro-CT scan (CT scan met inspuiting van een contrast vloeistaf in de knie) of een arthro-MRI scan (MRI scan met inspuiting van een contrast vloeistof in de knie) kunnen de ligging en de ernst van het kraakbeen letsel goed aantonen.

 

 

Behandeling
 

Afhankelijk van de graad van aantasting en de hinder die de patiënt van het letsel ondervindt hebben we een aantal behandelingsmogelijkheden die kunnen toegepast worden. In bijna alle gevallen zal een kijkoperatie van de knie gebeuren om het letsel verder te evalueren en een behandeling uit te voeren.

 

Indien tijdens de arthroscopie losse stukken kraakbeen worden gezien, in de vorm van gewrichtsmuizen of flappen,  worden deze verwijderd (shaving).

 

Indien het kraakbeenletsel over de volledige dikte van het kraakbeen aanwezig is kunnen er verschillende open of arthroscopische (kijkoperatie) chirurgische technieken worden toegepast. Deze technieken zijn toepasbaar tot een leeftijd van ongeveer 50 jaar. Eens men ouder is dan 50 jaar is de genezingscapaciteit van kraakbeen zo laag dat er weinig resultaat van de operatie te verwachten valt.

 

• Microfractuur : Bij kleine defecten kan het onderliggende bot doorboord worden om op die manier het lichaam toe te laten een nieuwe laag pseudo-kraakbeen aan te maken. De arthroscopische microfractuur techniek is dan ook de meest aangewezen techniek voor kleine defecten van de volledige dikte van het kraakbeen.

 

•Mozaiekplastie : Bij een mozaiekplastie zullen er verschillende cilindertjes met kraakbeen en bot weggenomen worden op een plaats in de knie waar je deze kan missen en dan opnieuw ingepland worden ter hoogte van het kraakbeenletsel. Bij deze techniek moet het lichaam dus geen nieuw kraakbeen aanmaken maar zullen we dus stukjes kraakbeen (met het onderliggende bot) van de ene plaats in de knie naar de beschadigde plaats transporteren.

 

Bij de behandeling van kraakbeenletsels ter hoogte van de knie is het zeer belangrijk om rekening te houden met andere afwijkingen ter hoogte van de knie (asafwijkingen (X-benen, O-benen), ligamentaire letsels (kruisbanden) of meniscus letsels). Deze andere afwijkingen zullen steeds eerst moeten behandeld worden alvorens men een kraakbeenletsel kan behandelen.

 

 

Revalidatie en postoperatieve zorg

 

Bij alle behandelingen van kraakbeenletsels ter hoogte van de knie zal men na de operatie krukken moeten gebruiken. Na een microfractuur of mozaiekplastie zal men reeds na 6 tot 8 weken volledig op het been mogen steunen. Weinig belastende sporten zoals fietsen en zwemmen zullen na dit type ingreep dan ook relatief snel kunnen hervat worden. 

 

Gedetailleerde revalidatie schema’s vind u bij de brochures.

 

 

Complicaties
 

Complicaties zijn zeldzaam na een kijkoperatie van de knie. Dezelfde complicaties als voor andere arthoscopische (kijkoperatie) operaties kunnen verwacht worden. De meest voorkomende complicatie is een besmetting van het kniegewricht of een wondprobleem. In een uitzonderlijk geval kan een bloedklonter (DVT) in het onderbeen voorkomen. Afhankelijk van de grote van het kraakbeenletsel, bijkomende problemen ter hoogte van de knie en de leeftijd van de patiënt zal het te verwachten resultaat van de ingreep variëren. Een “gezond” verwachtingspatroon in verband met het resultaat is dan ook nodig.

 

Meer informatie over kraakbeenletsels van de knie vind je op volgende link: Literatuurstudie: “De behandeling van kraakbeenletsels ter hoogte van de knie.”